Patience (2002)
Wat doen de liefde en de kunst toch vreemde dingen met de mens: we zijn elkaars rivalen
in de verliefdheid en elkaars zusters in de hopeloosheid...
Eerste akte
De Fleshly poet Reginald Bunthorne
wordt bezongen door een koor van lovesick ladies, die in hem de belichaming zien van de ware
aestheet. Hoewel zij met velen zijn, voelen zij zich één in hun hunkerende liefde. Groot is dan
ook hun teleurstelling wanneer zij vernemen dat de dichter de liefde heeft opgevat voor
Patience, het onschuldige, pure melkmeisje, dat weer de personificatie is van de ware
natuurlijke, eenvoud, het ideaal van de ware aestheet. Voor Patience is de liefde een
onvoorwaardelijk gegeven, dat van twee kanten alleen maar op het eerste gezicht tot stand kan
komen. Het regiment dragonders van het 35e regiment is zojuist teruggekeerd in het
dorp en verwacht een welkom onthaal door de dames waarmee zij vorig jaar zijn verloofd. Onder
aanvoering van Lady Jane worden de soldaten er van overtuigd dat hun uniform niet van deze tijd
is en suggereert zij een alternatieve oplossing. De heren echter geven niet op en doen alles om
de dames van hun dwaalweg af te houden. Wanneer Reginald voor Patience kiest, lijken zij succes
te hebben, om vervolgens te ontdekken dat een nieuwe aestheet op het toneel verschijnt. Bij het
woord 'aesthetic' zien de dames de dragonders niet meer staan en vliegen op de Idyllic poet
Archibald Grosvenor af. De soldaten zijn de wanhoop nabij wanneer zij zien hoe de ladies, nu
nog wanhopiger vertwijfeld achter hem aan blijven rennen. Vooral omdat blijkt dat ook Grosvenor
Patience, met wie hij als vierjarig jongetje nog hand in hand heeft gelopen, zijn liefde
bekent.
Tweede akte
Lady Jane treurt spelend op een cello
over haar verdwijnende schoonheid. Maar ze heeft nog hoop. De andere dames lopen achter
Grosvenor aan en in de liefde van Bunthorne voor Patience heeft ze geen vertrouwen. Reden om op
hem te blijven wachten. De dames weten Grosvenor over te halen een van zijn gedichten voor te
dragen. Kritiekloos spelen zij de loftrompet. Grosvenor echter benadrukt echter nog eens de
zuivere aard van Patience. Op haar beurt benadrukt Patience nu dat het haar plicht is om van
Bunthorne te houden, hoewel zij het wel leuk vindt dat Grosvenor nog steeds een oogje op haar
heeft. Nadat deze is vertokken verschijnen Bunthorne en Lady Jane. Bunthorne maakt haar
duidelijk dat hij van zins is zijn rivaal eens flink op zijn nummer te zetten. Dan verschijnen
de dragonders met hun drie officieren, nu gekleed in een tenue waarin zij denken bij de vrouwen
weer in de smaak te vallen. Omdat de dames inzien dat hun poging Grosvenor voor hen te winnen
een uitzichtloze onderneming blijkt, kiezen zij eieren voor hun geld. Wanneer beide rivalen
elkaar vervolgens ontmoeten, eist Bunthorne dat de meeloper Grosvenor zijn aesthetische
vermomming afdoet en voortaan als gewoon doorsnee burger door het leven zal gaan. Grosvenor
blijkt zelfs opgelucht als hij hier gehoor aan geeft. Patience ziet Bunthorne nu met heel
andere ogen en geeft zich aan Grosvenor, die nu weer zuiver over komt. Lady Jane doet nog een
poging de afgewezen Bunthorne voor zich te winnen, maar ze bezwijkt op het laatst toch voor de
avances van de hertog van het 35e regiment. Zo blijkt uiteindelijk niemand trouw aan
zijn principes, behalve Bunthorne, die voor zichzelf een meer stichtende rol ziet bij het
verbreiden van de hogere aesthetische doelen. Weliswaar is er geen bruid voor Bunthorne, maar
hij lijkt er niet echt onder te lijden.
Aankondiging Stadsblad 19 juni 2002:
Recensie Utrechts Nieuwsblad 26 juni 2002: